wallen

Ik heb een paar biertjes op

6 februari 2014 | 00:27

Bram voor sekspaleis op de Wallen

M’n allereerste grote liefde heette Peter, dacht ik. Hij had rode stekeltjes en vaak een blauwe gebreide trui aan. Ik keek het een tijdje aan en zette toen de eerste stap. Ik trok zijn stoel weg toen ‘ie wilde gaan zitten, leek me lollig. Hij zag het net op tijd, viel alsnog, vloekte en keek me nooit meer aan. We waren vijf. Daarna werd ik er iets beter in.

Toen ik 22 was had ik er eindelijk eentje serieus aan de haak geslagen. Na vele uitputtende MSN-sessies kwam hij eens kijken bij een optreden en we spraken af in Rotterdam. Ik zoende voor het eerst met een jongen die ik echt leuk vond. Hij liet me de stad zien, alle mooie plekjes en alle lelijke plekjes die eigenlijk ook wel mooi waren als je er iets anders naar keek. We keken moeilijke arthouse-films afgewisseld met Shownieuws, we aten omgekeerde zesgangendiners bij Hotel New York met als toetje een Big Mac. We fietsten door het Kralingse Bos, maakten foto’s van alles wat we zagen en vooral van elkaar, lieten emmers vol kip bezorgen als we zondagenlang in bed lagen.

Ik huilde als ik weer naar huis moest om te studeren.

In het begin schreef ik tientallen liedjes over hem, later was ik zo druk met verliefd zijn dat er helemaal niks meer uit me kwam.

Alles was voor het eerst. Voor het eerst elkaars ouders ontmoeten, voor het eerst samen op vakantie, voor het eerst elkaar moeten missen. De eerste ruzie, het eerste zwijgen. We waren onzorgvuldig. Met elkaars gevoelens, omdat we niet wisten wat we deden. Met onze eigen grenzen, omdat we die nog niet kenden.

Het liep goed af. Beter dan ik had durven dromen. Vanavond gingen we, net als een paar maanden geleden, kaasfondue eten bij Café Bern en daarna wat biertjes drinken. Ik moest tegen mijn zin op de foto met de neonlichten op de Wallen. We lachten net als in 2006, maar toen ik naar huis ging hoefde ik niet te huilen.