mode

Ik heb pintjes gedronken in Aarschot

10 februari 2014 | 00:27

Only Seven Left in België

Ik was met deze jongens op excursie naar België om de Amerikaanse band Our Last Night te zien. Ik kende ze alleen van hun YouTube-covers – ik verheugde me op de punkrockversie van Mirrors – maar die kwam niet. En dat boeide schijnbaar verder niemand: ook de eigen liedjes werden luidkeels meegeschreeuwd.

Na twee uur rijden kwamen we de klamme zaal binnen, type uit de kluiten gewassen jongerencentrum. Nadat ik bonnekes had gehaald kreeg ik een paar lekkere pintjes. Ik voelde me meteen thuis. Toen ik nog in een punkband speelde kwamen we ieder weekend op dit soort plekken, met dit soort mensen (meestal wat minder dan er hier waren). Het meurt er vaak een beetje en de techniek is wat krakkemikkig, maar ik moet eerlijk zeggen dat het wel begon te kriebelen. In die punkrockscene wordt je niet zomaar geaccepteerd, maar als je aardig kan spelen en goeie liedjes schrijft, ben je al snel bovengemiddeld en dan kun je dus altijd en overal spelen.

Net zoals toen keek ik vol interesse naar de punkrockmode. Na de oversized halflange skatebroeken met NOFX-shirts en groene stekeltjes was er een periode dat de emohype het straatbeeld bij onze shows bepaalde, en dat vond ik fantastisch. Ze meurden nog steeds een beetje, maar voor het eerst deden jongens ook hun best er leuk uit te zien. De haren gingen voor de ogen en de broeken werden zo strak dat je er toch echt niet meer in kon skaten.

Vandaag viel het me op dat punkrockers stiekem een beetje meegewaaid waren met de algemene modetrend. Hipsters, overal hipsters. Haar aan de zijkanten kort, dikke brillen, overhemden te hoog dicht. Uitstekend, kan ik wat mee. Tot Hinne me ineens aantikte en zei: ‘Waarom hebben punkers eigenlijk altijd een korte broek aan?’

Jawel. De korte broek was terug. Een zaal vol knappe (want Vlaamse), goed aangeklede en fris gekapte jongens met een te lange korte broek. Terwijl ik peinsde over het waarom van de terugkeer van deze akelige trend, gaf Hinne zelf gelukkig het antwoord al: ‘Nouja, het is hier ook wel warm.’

Een stomdronken jongen bood ons in zijn charmantste Vlaams een pinda aan. Hij meurde een beetje.

Op de terugweg haalden we bij het tankstation een paar koude Juupkes.