Columns

Dertig

27 mei 2014 | 12:13

Dingen die ik haat

Het ergste van ouder worden is dat ik steeds minder dingen haat. Ik word milder, flexibeler, genuanceerder, rustiger en zelfs socialer. Dat klinkt misschien gunstig maar het is een ramp. Kijk, dingen haten is belangrijk voor me. Mensen niet kunnen uitstaan geeft mijn leven glans. Maar het wordt steeds minder. Een dame met wie ik vaak werk zegt consequent ‘percies’ in plaats van precies. De eerste tien keer ging ik kapot van binnen en wilde ik haar wurgen met een roestig stuk prikkeldraad, maar inmiddels ben ik haar gaan waarderen om wie ze is en hoe ze haar werk doet en neem ik de perciezen op de koop toe. HOOR JE NOU WAT IK ZEG!! Bah.

En ik ben bang. Bang voor waar het stopt. Of dat het niet meer stopt en dat ik een gezellige, evenwichtige man word die alles wel best vindt. Mensen die iets fanatiek haten, onderdrukken vaak een stiekem verlangen. Dat geldt natuurlijk voor homohaters die de darkroom induiken als hun vrouw slaapt, maar blijkbaar ook voor mij en mijn afkeer van mensen die verantwoorde sapjes en hapjes op Instagram posten. Ik kon daar dus écht kwaad over worden, ’s morgens op de nuchtere maag een foto van een prachtig kommetje met yoghurt, drie soorten vers fruit, allerlei gore superzaden en noten en dan zo’n nonchalante tekst eronder. Dat het echt zo gepiept is en zoooooo lekker. Met het recept erbij. ARGH GA WEG!!

Maar nu heb ik zelf een blender gekocht, geïnspireerd door een vriend van me die graag anoniem wil blijven. En ik maak ’s morgens de lekkerste smoothies met vers en bevroren fruit, kokosmelk, havermout, een blaadje munt, een beetje honing. (Is echt zo gepiept.) Ik nam me voor deze afgrijselijke nieuwe hobby geheim te houden, maar merkte al een paar keer dat mijn hand tijdens het blenden naar m’n telefoon zocht om een foto te maken. NEEEEE!! Tot nu toe won m’n verstand het, maar voor hoe lang?

Waar houdt het op? Wat haat ik nog meer? Zweverige hippies. Bodywarmers. Sport op televisie. Techno. Gember. Mensen met haar óp hun neus. Knusse feestdagen. Strandvakanties. Mensen die te dichtbij je gaan staan als ze praten. Motregen. Inspirerende quotes op Facebook. Maaltijdsalades. Knappe jongens met lelijke kleren. Spinnen. Foutief spatiegebruik. Over 10 jaar is dit lijstje dus een opsomming van mijn foto’s op Instagram. Ik haat het nu al.

Deze column verscheen eerder in Up Magazine 107.

Meer columns…

Die ene onderbroek

22 april 2014 | 00:44

Justin Bieber heeft ook een onderbroek die niet zo lekker zit Ik ben op tour in Duitsland dus ik leef twee weken uit een koffer. Toen we de zoveelste hotelkamer volgeplempt hadden met onze zooi, hoorde ik een van m’n bandmaatjes zeggen: ‘M’n kutste boxers bewaar ik voor de dagen dat we niet spelen’. Ik ken dat. Ik heb ook een paar van die onderbroeken die gewoon echt niet lekker zitten. De hele dag ben je ze naar beneden aan het trekken omdat ze supergraag in je lies willen zitten of juist omhoog om geen bouwvakker te lijken. Om gek van te worden. Ze kriebelen, wringen, slobberen, persen de verkeerde zaken samen of staan gewoon voor geen ene meter. Zoiets kan je dag verpesten. En andersom: trek ’s morgens een chille boxer aan en de zon begint te schijnen. Dus ik snap dat je die bewaart voor de dagen dat we optreden. Toch zette het me aan het denken.

Waarom gooi ik die gekmakende onderbroek niet gewoon weg? En dan koop ik er een die wél lekker zit voor in de plaats. Opgelost. Nooit meer na het douchen twijfelen of het een kutboxerdag is of niet. Makkelijk. Ik besloot geen seconde te wachten en smeet een Topman-boxer (loeistrak van onder, oneindig veel piemelruimte en van achter zeker drie centimeter te kort) meteen weg. En die ene van de H&M (vies glad stofje, van ouderdom bijna doorzichtig geworden) zal mijn bil nooit meer van dichtbij bekijken. Ik nam afscheid van een America Today-boxer (afzichtelijke print, gegarandeerd balpijn). Toedeledokie!

Dankzij mijn opgeruimde gevoel bekeek ik de wereld met een frisse blik. Waarom hou je vast aan dingen waar je eigenlijk al lang vanaf had gemoeten? Soms is het zo’n kleine moeite om het leven zo veel aangenamer te maken. Koop eens een nieuwe rugzak waarvan de rits het nog wél doet. Gun jezelf een tweede iPhone-oplader zodat je ‘m niet constant kwijt bent. Schilder die vergeelde muur waar je je al jaren aan zit te ergeren. Zeg je saaie baan op! Kap met je ingedutte verkering! Verhuis naar een onbewoond eiland! Ok, niet overdrijven, begin klein. Hang eerst maar eens een schilderij recht.

Trouwens, weet iemand een goeie wasserette in Duitsland? Ik ben door m’n schone ondergoed heen.

Deze column verscheen eerder in Up Magazine 106.

Meer columns…

Arrogant

23 maart 2014 | 20:27

641035029_997

Ik kan niet tegen van die films waarin een goed bedoelende hoofdpersoon ten onrechte wordt beschuldigd (van een moord, of van corruptie of van het opeten van het laatste koekje) en vervolgens de hele film bezig is het tegendeel te bewijzen. KWAAD word ik daarvan. Ik had het vroeger ook al met de strips over Pluto, die oranje hond van Mickey Mouse. Had ‘ie weer iets uitgevreten maar terloops ook wat levens gered en zag Mickey alleen maar de ravage in de achtertuin. Bijvoorbeeld hè.

Ik ben zelf als kind ooit vals beschuldigd tijdens een sportdag (toch al niet mijn finest hour). Ik stond in de rij om met een soort plastic handschoen een bal over te gooien (hoera). Ineens komt de vrijwillige begeleidster van deze inspirerende activiteit mijn kant op gestormd en schreeuwt in m’n gezicht: NOEMDE JIJ MIJ EEN KUTWIJF?! NOEMDE JIJ MIJ… etc. Ik had dat hele woord nog nooit gehoord (ik was 8, het waren andere tijden) dus ik wist niet waar ze het over had. Ze bleef volhouden dat ik het had gezegd en ik moest de rij verlaten. Totale verwarring. Onbegrip. Wat was hier gebeurd?! Ik was… (spannend muziekje) Vals Beschuldigd (donderslag).

Nog een jeugdtraumaatje. In de achtste groep at ik voor het eerst bij mijn (tijdelijk) beste vriendje Derrick thuis en we aten patat. Ik kreeg een schep patat en pakte m’n vork om vast wat ruimte te maken voor de kroket. De vader des huizes, die de leiding over het opscheppen had, bulderde: “Wij wachten hier altijd even tot iedereen heeft!!!!” Ik zakte door de grond, zo langs de kelder en de kern van de aarde naar China. Laat die kroket maar.

Goed, het is niet zo dramatisch als ter dood veroordeeld worden voor een moord die je niet hebt gepleegd, maar je snapt dat mijn kinderlijke onschuld daar een aardige optater heeft gekregen. Sindsdien ben ik allergisch voor valse beschuldigingen. Of het nou een van mijn bandleden is die in een interview zegt dat ik het hele oeuvre van Justin Bieber op cd heb (na Believe ben ik afgehaakt) of mijn huisgenoot die beweert dat ik het koffiezetapparaat nooit schoonmaak – ik ontplóf. Waarna ik mezelf gillend probeer te verdedigen zodat ik natuurlijk nog veel verdachter lijk.

Nu speel ik in een bandje, met fans, haters en (de fanatiekste haters) ex-fans. Die beschuldigen me er wel eens van arrogant te zijn. Hm. Arrogant. Dat is als je denkt dat je beter bent dan de rest. Ik dacht er eens over na en merkte dat het me raakte. Ben ik dat? Denk ik dat? Ik ben toch niet arrogant? Ik denk helemaal niet dat ik beter ben. Ik bén gewoon net ietsje beter.

Kutwijf.

Meer columns…

Proost

19 februari 2014 | 13:45

20140219-134432.jpg

In onze nieuwe videoclip zit een scène waarin we allevier in superslomo een shotje tequila wegtikken. Dat klinkt op papier al grappig, op YouTube is het ronduit hilarisch. Het samentrekken van mijn tong en wangspieren gecombineerd met het langzaam uitdijen van diverse onderkinnen is behoorlijk fotogeniek, al zeg ik het zelf. Die mening werd door velen gedeeld, maar er was ook een verontwaardigde ouder. Alcohol promoten!! In een video!! Op internet!! Waar allemaal zestienjarigen het ook kunnen zien!!

Of onze walgende gezichten echt goeie promotie voor tequila zijn, kun je je afvragen. Maar ik voel me toch verplicht hier iets te vertellen over de nadelige gevolgen van overmatig alcoholgebruik. Vroeger, toen ik nog jong was, zo jong dat ik in 2014 niet eens meer een biertje zou mogen, dronk ik nog wel eens wijn. Ik was op een feestje in Utrecht en dronk daar zoveel rode wijn, uit een kartonnen pak, dat ik me de rest van de avond nauwelijks kan herinneren. Tot het punt dat we in de Stairway waren, ik het benauwd kreeg en naar buiten rende. Het was hartje winter, er lag een dik pak sneeuw en ik wilde gewoon even liggen. Dan weer een tijdje niks, en toen werd ik wakker van getik tegen m’n arm. Ik lag in de sneeuw voor de Stairway met een grote rode vlek om m’n hoofd heen. Ik keek omhoog en zag twee agenten die met hun voet tegen me aan tikten. ‘Gaat het wel goed?’ Ja echt super, mooiste dag van m’n leven, bedankt voor de interesse. Ik lust nog steeds geen rode wijn.

Nog één kutverhaal dan. Afgelopen oud en nieuw, vele fantastische en minder geweldige alcoholgerelateerde avonturen later, ben ik er achter gekomen dat ik geen hoogtevrees heb als ik dronken ben. Ik was op een feestje in Amsterdam, hoorde via het balkon een nog leuker feestje twee huizen verderop en klom samen met een vriend over die balkons. Ik zwaaide m’n been over de rand, verloor m’n evenwicht en greep me nog net op tijd vast. Ik zag de paniek in de ogen van die vriend en keek toen pas omlaag: een verdiepinkje of vijf denk ik. Domste actie ooit. Op dat andere feestje kwam ik trouwens wel eindelijk een mannelijke mede-Belieber tegen, die net als ik een prachtig Justin Bieber-iPhonehoesje had. Ik ben vergeten z’n naam te vragen, dus als je dit leest, sick he, dat ie nu naar de gevangenis moet??

Meer columns…