biebs

Biebs is dood

29 juli 2014 | 14:28

Biebs
Ieder linkje = een foto

Op de laatste dag van mijn vakantie in Wenen werd ik uit mijn heerlijke hotelbed gebeld door de Dierenambulance. Ik schrok me meteen rot maar hoopte natuurlijk toch… Helaas, mijn lieve poes Biebs is zondagnacht doodgereden op de drukke weg voor mijn huis. De mevrouw van de Dierenambulance was enigszins verrast door mijn verdrietige gejammer, maar Biebs was mijn eerste echte eigen kat, ik was verschrikkelijk gek op haar en ik voel me er heel rot over dat ze net tijdens mijn vakantie onder een auto is gelopen.

Ik kreeg Biebs op mijn 29ste verjaardag, in 2012. Na zorgvuldig vooronderzoek in het asiel wilde ik het liefst alle honderd katten adopteren, en na lang zeuren bij toenmalig huisgenoot Sander mocht ik er één. Ik wilde een zelfstandige poes met karakter die zichzelf kon vermaken. Ik koos niet de kat die bij me op schoot klom, niet de kat die vrolijk naar me miauwde, maar een klein poesje in een apart hok. Ze was nog jong, bijna helemaal zwart, had een knap koppie en ze liet zich aarzelend aaien. Een knuffelpoes is ze nooit geworden, maar hoe stoer ze ook deed – blijf van me af, ik heb meer te doen vandaag! – als je achter haar oren kriebelde staakte ze alle verzet. Tot het genoeg was en dan kreeg je een knauw. Zoals de dierenarts zei: een fel poesje. (Dat was nadat ze zowel de dierenarts als de assistente tot bloedens toe had opengehaald omdat ze haar een prik wilden geven.)

Biebs deed alles volgens het boekje, de perfecte poes. De kattenbak snapte ze vanaf dag één, en ze snapte ook dat die niet meer nodig was toen bleek dat de hele wereld eigenlijk een grote kattenbak was. Ze wist meteen haar eten te vinden, vond alle lekkere plekjes in huis om te slapen (alleen toen ik haar lievelingsstoel tijdelijk verhuisde naar mijn werkkamer, was het niet meer de lievelingsstoel). En het knapste vond ik dat ze tussen alle identieke voordeuren altijd precies de mijne wist te vinden.

Ik wist niks van het verleden van Biebs, maar het was me snel duidelijk dat ze geen binnenkat was. Dagenlang zat ze voor het raam te staren naar vogeltjes, de buurvrouw, auto’s en de dikke buurtkater. Dus ik liet haar buitenspelen en daar kwam ze tot leven. Soms bleef ze een nachtje weg, maar ze kwam altijd netjes terug voor het eten. Vaak haalde ze trouwens zelf eten en nam ze het nog half levend mee naar binnen. Ik hoopte altijd dat ze in de buurt bleef en niet de weg overstak, maar ze zat regelmatig onder de teken, dus waarschijnlijk maakte ze menig boswandeling (waarbij ze ook graag in de bomen klom – minder graag er weer uit).

Biebs was ondoorgrondelijk, als een echte kat. Honderden speeltjes kocht ik, die ze soms uit beleefdheid één ongeïnteresseerde tik gaf maar vaak niet eens een blik waardig keurde. Tandenstokers en verpakkingstouwtjes daarentegen – te gek! Ik zette dozen neer, zodat ze als een echte poes in een doos kon klimmen. Maar nee, Biebs wilde nergens op, onder of in. Totdat ik een keer een deken liet slingeren op de bank en ik haar bij thuiskomst aantrof onder de deken, zichzelf lekker ingestopt. Mijn eigenwijze, ondoorgrondelijke en vaak chagrijnige poes keek me betrapt aan: ik moest vooral niet denken dat ze een watje was geworden. En ze is een keer in het kistje van mijn mini-moestuin geklommen, wat het einde van mijn verse basilicum betekende. Ik kon zo hard om haar (en mijn eigen op haar geprojecteerde mensengedachten) lachen.

De grappigste herinnering is, toen ik mezelf weer eens had buitengesloten en ik op mijn terras zat te wachten tot Hinne de reservesleutel kwam brengen, dat Biebs aan de andere kant van het raam ging zitten. De rollen omgedraaid: mens wil naar binnen en kat zit daar naar te kijken. Alsof ze wilde zeggen: ok, mens, ik wil je wel binnenlaten maar dan moet je niet vijf seconden later weer zeuren dat je naar buiten wil!

En dat is waarom ik haar zo zal missen. Als ik m’n bed uit kwam, aaide ik haar, voerde een goed gesprek (ben jij een lieve poes, heb je ook zo’n honger, ga je weer de hele dag liggen slapen, etc) en dan droeg ik haar al zingend (meestal een tekst over poezen op een melodie van ABBA) naar de keuken, waar ze zich wist vrij te worstelen om te eten. Biebs hield niet van de stofzuiger, zeker niet van de strijkplank en helemaal niet van de föhn, maar het állerergste vond ze als ik heel hard ging zingen. Ik weet niet zeker of onze liefde zo wederzijds was, maar zij was duidelijk een tevreden poes en ik kon altijd, als ik me in de afgelopen twee turbulente jaren even niet zo goed voelde naar haar kijken en denken: gelukkig hebben we elkaar nog.

Jesse (die trouwens weigerde om haar Biebs te noemen) paste op als ik op tour was en hij werd ook een beetje verliefd op Biebs. Ze delen veel dezelfde karaktertrekjes en als ik er niet was, kwam ze zowaar af en toe gezellig op de bank zitten (een meter verderop, dat wel) en sliep ze zelfs bij Jesse in bed. Deze vakantie kwam Miriam om te voederen en haar binnen te laten (ze had zichzelf geleerd door het klapraam naar buiten te springen – dat zag er niet erg charmant uit maar het werkte). Ik denk dat ze niet uit eenzaamheid is gaan dwalen maar gewoon door stomme pech, vlak voor haar huis, misschien rennend achter een muis aan, of vluchtend voor de dikke buurtkater, onder een auto is gekomen.

Hoe ze gezellig op m’n speaker kwam zitten als ik aan het werk was. Hoe ze op m’n krant kwam zitten bij het ontbijt als ik de krant wilde lezen. Hoe ze zichzelf af en toe per ongeluk even liet gaan en zich met haar pootjes omhoog volledig overgaf aan een aaisessie. Hoe ze miauwend voor het raam kon zitten als ze onmiddellijk naar binnengelaten diende te worden, en meteen daarna weer onrustig naar buiten ging zitten kijken omdat ze duidelijk nog afspraken buiten de deur had. En vooral hoe ze altijd, comfortabel opgekruld, op haar lievelingsstoel lag als ik thuiskwam.

Ik zal haar missen.

Photo by Rachel Schraven

>> Interview in de Viva over Biebs
>> Poezenhandleiding voor mijn huisgenoot
>> Blog over de muis die Biebs niet wilde vangen
>> Blog over een muis-kat-mens achtervolging
>> Column over Biebs

Ik heb drie seizoenen The Killing gekeken

4 februari 2014 | 00:46

Poes op de bank

En ook nog een beetje van de Deense versie. Maar netjes verspreid over twee weken, niet zoals ik laatst alle afleveringen Luther achter elkaar heb verslonden. Misschien omdat ik detective Linden (van The Killing dus, de Amerikaanse) behalve fantastisch ergens ook behoorlijk onuitstaanbaar vond. Alleen al hoe ze loopt, brrr.

Wist Luther de meeste moorden nog wel binnen één à twee afleveringen op te lossen, Linden doet er gerust twee seizoenen over. Twéé seizoenen!! Van 13 afleveringen!! Die ook nog eens bijna een uur duren!! Minstens vijf keer denk je met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te kunnen zeggen wie het heeft gedaan, en steeds blijk je er faliekant naast te zitten. Briljant en onverdraaglijk.

Ik kwam door Luther en The Killing, en ook door het Engelse Thorne tot een interessante conclusie. Het zou toch wel verfrissend zijn als een detective een keer NIET de hele serie ontslagen/verdacht/beschuldigd dreigt te worden. Laat die mensen nou gewoon een keer hun werk doen man! Ik zou Luther best een seizoen lekker aan de slag willen zien zonder dat ie steeds aan z’n (ongetwijfeld corrupte) baas moet bewijzen dat ‘ie weet waar hij mee bezig is.

Nouja, The Killing is klaar voor mij en ik weet eigenlijk nog steeds niet precies wie het nou gedaan had en of dat dan dus de slechterik is. Bovenstaande foto maakte alle frustratie goed – ik kwam thuis en m’n poes had zichzelf lekker ingestopt onder een dekentje op de bank. Ik zal haar binnenkort eens laten zien hoe de verwarming aan gaat.

Crisis

25 juni 2013 | 16:51

Ik geloof dat ik ooit wel precies wist wat ik wilde. Toen ik vijf was wilde ik archeoloog worden. Toen ik acht was wilde ik Michael Jackson zijn, in de spotlights en fantastisch dansen. Toen ik vijftien was wilde ik part-time kunstenaar/ontwerper/muzikant zijn. En iets met internet. Ik koos een studie, de kunstacademie, iets met internet, en eigenlijk was ik het na twee jaar al zat. Schijtinternet. Ik wilde liever verhalen vertellen, schrijven, films maken. Ik zocht binnen de studie mijn eigen weg en deed droomstages bij onder andere Donald Duck. Na zes jaar studeren had ik eindelijk het gevoel iets geleerd te hebben en ik kon gelijk aan de slag bij een jongerenkrant die een wekelijks tv-programma maakte. Tussendoor fantaseerde ik nog altijd wel over een carrière als rockster, maar dan als drummer, iets meer op de achtergrond. Maar dan wilde ik wel doen wat ik zelf mooi vond en niet in een lame coverband spelen. De jongerenkrant ging falliet en ik vond een fantastische nieuwe baan bij een ontwerpbureau waar ik bijna vijf jaar alles kon doen wat ik wilde. Schrijven, ontwerpen, research, internet, video. Maar ook daar sloeg de crisis toe en nu werk ik bij de VARA, als internetredacteur voor Kinderen voor Kinderen. Lekker rock ’n roll. Toch lijkt het precies op het managen van een rockband: je hebt optredens, cd’s, videoclips, fotoshoots, social media… Alleen dan met wat vrolijkere kleurtjes en hogere stemmen. En het betaalt beter. Dit verhaal klinkt zo enorm soepel – ik sta er zelf van te kijken wat een geluksvogel ik ben. Maar het was niet soepel.

Ik baalde toen ik ontdekte dat ik niet kon dansen als Michael Jackson. Ik had een behoorlijke crisis toen ik m’n zorgvuldig gekozen studie niet meer zag zitten. Ontslagen worden was het allerslechtste dat m’n zelfvertrouwen kon overkomen. Op werkloos zijn na. En ik voel me best oud als ik me realiseer dat ik nu weer iets nieuws begin en geen idee heb waar het heengaat. Ik weet niet wat ik over tien jaar doe, waar ik woon, of ik naast iemand wakker word, wie m’n vrienden zijn, of ik nog haar heb. Ik zie leeftijdgenoten huizen kopen, baby’s maken, matchende regenpakken dragen, gezamenlijke Facebookaccounts openen. En ik? Ik heb een kat genomen. Een jonkie. Ze wordt misschien wel 20 en ik vind het geweldig dat zij er in ieder geval nog is als ik 49 ben. Negenenfuckingveertig.

Photo by Rachel Schraven

Deze column verscheen eerder in Up Magazine 97.

Meer columns:
Robin, Jochem & Casper
Bram in Indonesië
De vloek van veelzijdigheid
Lief 2013
Pizza met chocoladesaus
De gulden middenweg
Dapper
Zwaartekracht
Met je hart
Haters
Wie kijkt er nog videoclips?
Vooroordelen
140 tekens pure frustratie
Shit, dat wil ik ook!
Geen bruine M&M’s aub
Lekker bezig in de bandbus
Muzikale meningsverschillen, ammehoela

Met m’n poes in de Viva

1 februari 2013 | 15:16

Photo by Rachel Schraven

Deze week in de Viva: een lekker glad fotootje en een mierzoet interview over mijn asielkat Biebs. Foto’s door Rachel Schraven.

Klik voor het interview…