Crisis

25 juni 2013

Ik geloof dat ik ooit wel precies wist wat ik wilde. Toen ik vijf was wilde ik archeoloog worden. Toen ik acht was wilde ik Michael Jackson zijn, in de spotlights en fantastisch dansen. Toen ik vijftien was wilde ik part-time kunstenaar/ontwerper/muzikant zijn. En iets met internet. Ik koos een studie, de kunstacademie, iets met internet, en eigenlijk was ik het na twee jaar al zat. Schijtinternet. Ik wilde liever verhalen vertellen, schrijven, films maken. Ik zocht binnen de studie mijn eigen weg en deed droomstages bij onder andere Donald Duck. Na zes jaar studeren had ik eindelijk het gevoel iets geleerd te hebben en ik kon gelijk aan de slag bij een jongerenkrant die een wekelijks tv-programma maakte. Tussendoor fantaseerde ik nog altijd wel over een carrière als rockster, maar dan als drummer, iets meer op de achtergrond. Maar dan wilde ik wel doen wat ik zelf mooi vond en niet in een lame coverband spelen. De jongerenkrant ging falliet en ik vond een fantastische nieuwe baan bij een ontwerpbureau waar ik bijna vijf jaar alles kon doen wat ik wilde. Schrijven, ontwerpen, research, internet, video. Maar ook daar sloeg de crisis toe en nu werk ik bij de VARA, als internetredacteur voor Kinderen voor Kinderen. Lekker rock ’n roll. Toch lijkt het precies op het managen van een rockband: je hebt optredens, cd’s, videoclips, fotoshoots, social media… Alleen dan met wat vrolijkere kleurtjes en hogere stemmen. En het betaalt beter. Dit verhaal klinkt zo enorm soepel – ik sta er zelf van te kijken wat een geluksvogel ik ben. Maar het was niet soepel.

Ik baalde toen ik ontdekte dat ik niet kon dansen als Michael Jackson. Ik had een behoorlijke crisis toen ik m’n zorgvuldig gekozen studie niet meer zag zitten. Ontslagen worden was het allerslechtste dat m’n zelfvertrouwen kon overkomen. Op werkloos zijn na. En ik voel me best oud als ik me realiseer dat ik nu weer iets nieuws begin en geen idee heb waar het heengaat. Ik weet niet wat ik over tien jaar doe, waar ik woon, of ik naast iemand wakker word, wie m’n vrienden zijn, of ik nog haar heb. Ik zie leeftijdgenoten huizen kopen, baby’s maken, matchende regenpakken dragen, gezamenlijke Facebookaccounts openen. En ik? Ik heb een kat genomen. Een jonkie. Ze wordt misschien wel 20 en ik vind het geweldig dat zij er in ieder geval nog is als ik 49 ben. Negenenfuckingveertig.

Photo by Rachel Schraven

Deze column verscheen eerder in Up Magazine 97.

Meer columns:
Robin, Jochem & Casper
Bram in Indonesië
De vloek van veelzijdigheid
Lief 2013
Pizza met chocoladesaus
De gulden middenweg
Dapper
Zwaartekracht
Met je hart
Haters
Wie kijkt er nog videoclips?
Vooroordelen
140 tekens pure frustratie
Shit, dat wil ik ook!
Geen bruine M&M’s aub
Lekker bezig in de bandbus
Muzikale meningsverschillen, ammehoela