Lucas Hamming – Mojo Mischief

Zonder plan, budget of script vertrok ik met Lucas Hamming naar een mooi bos bij Hilversum om een clip te maken bij zijn nieuwe single Mojo Mischief. En met succes! Het liedje werd deze week uitgeroepen tot megahit op 3FM en de clip belandde op de playlist van MTV en XITE.



Portfolio nu ook op YouTube

Bram de Wijs op YouTube

Bijna nóg handiger dan mijn portfolio hier, is de verzameling van mijn (mijns inziens) beste videowerk op YouTube: youtube.com/bramdewijs.



Mini-docu voor ND Motor Cars

Samen met cameraman Robin Datema maakte ik deze bedrijfsfilm over ND Motor Cars. Eigenaar Nick heeft een mooie plek vol prachtige auto’s en hij kan er ook nog eens enthousiast over vertellen. Dat wilden we laten zien, zonder dat het een geregisseerde, zakelijke bedrijfsvideo zou worden. Het ging er niet om technische of praktische informatie over te brengen maar juist om het gevoel neer te zetten: als je hier een gebruikte auto koopt, zit het wel snor. Omdat ik zelf niet veel van auto’s weet, wilde ik er een laagdrempelig verhaal van maken: ook al weet ik niet wat er onder de motorkap zit, ik kan me wél voorstellen dat het een feest is om met zo’n mooie wagen de garage uit te rijden.



Nieuwe Karaoke-app Kinderen voor Kinderen

Meezingen met al je favoriete oude en nieuwe liedjes van Kinderen voor Kinderen kan nu supermakkelijk met de nieuwe Karaoke-app! Ik werkte voor de VARA samen met projectleider Just Vervaart en ontwikkelaar Mangrove aan de lancering van de Karaoke-site, mobiele site en de app voor iOS en Android. Ter promotie maakte ik bovenstaand filmpje.



Interview over de allerlaatste tour

25 augustus 2014

Onze laatste acht shows komen eraan, en daarvoor zijn we al hard aan het repeteren want het moet natuurlijk wel gaan knallen! In deze video vertellen we over de gemengde gevoelens die de laatste tour bij ons oproept, maar vooral dat we er héél veel zin in hebben om te spelen en iedereen weer te zien. Zorg dat je erbij bent en haal nu je ticket!




Props

19 augustus 2014

Klef

Het is een broeierige zomeravond, het schemert net en het regent net niet. Mijn verkering Jesse en ik slenteren terug naar huis na een vreselijk Goois hamburgervreetfestijn (volwassen mannen in witte broeken, een zeilboot vol bloemen in een marktkraam (?!), sjiek bier uit plastic bekers en een coverband die vol overgave de ziel uit ouwe funkhits staat te spelen). De hamburger was lekker. We lopen hand in hand langs de villa’s die in dezelfde straat staan als het voormalig bejaardentehuis waar mijn appartement zich in bevindt. Ik wijs er een aan die ik graag wil bewonen als ik later rijk en beroemd ben. Jesse lacht schamper.

We lopen vaak lekker klef hand in hand, door Amsterdam, Hilversum, Amersfoort, Kopenhagen, Ameland, yolo. Soms laat ik even los. Soms laat Jesse even los. Liever een lafaard dan dapper met een gebroken neus. Ineens komt er een pruttelend brommertje aan dat precies naast ons stopt. Er zit een knaloranje doos van Thuisbezorgd achterop en ook de berijder is volledig in het oranje. Een donkere jongen van een jaar of twintig kijkt ons vragend aan. Misschien is hij de weg kwijt? Dat is mijn bezorger ook zo vaak. Zijn openingszin kan een klassieker worden:
‘Jullie zijn twee mannen toch?’
- ‘Eh ja.’
We doen een stapje achteruit. Wat gaat hier gebeuren? Vond hij het vies dat we hand in hand liepen? Gaat ie ons aanrijden met z’n brommertje? Of bekogelen (befrisbeeën) met pizza’s? Ik kijk blijkbaar zo bezorgd dat hij snel zegt:
‘Ja, nee, ik ben zelf ook homofiel hoor, niet dat je denkt ehh…’
Homofiel? Welke homo gebruikt dat woord nog? Is dit een valstrik? Ik probeer zijn gezicht door zijn helm te lezen. Voor mij is hij een hele gewone Marokkaan. Baardje, donkere ogen, duidelijk accent. Alleen al die piercings zijn misschien niet zo gewoon.
‘Ik zag jullie zo lopen en ik dacht… Kijk ik was laatst ook met een jongen buiten ergens en hij zei zo: wat als ik je nu zou zoenen enzo he… En ik werd helemaal gek, neeee man, dat kan echt niet!’

Dit is geen geintje, geloof ik. Ik kom weer wat dichterbij en vraag, omdat ik het niet helemaal verstond, of hij degene was die dat niet zou willen.
‘Ja, man. Maar dan zie ik jullie zo lopen en dan denk ik echt: props! Dat wilde ik gewoon even zeggen.’
We staan er stomverbaasd bij te lachen en voordat we iets zinnigs kunnen terugzeggen is hij weer verdwenen. Dezelfde kant op. Hij kwam speciaal naar ons toe gereden om dit te melden. Props.

Deze column verscheen eerder in Up Magazine 109.

Meer columns…




Ja, ik vind het voorprogramma ook slecht maar je moet er even doorheen

6 augustus 2014

Voorprogramma's

Kut, te vroeg binnen, het voorprogramma is nog bezig. Ik moet eerlijk bekennen dat ik zoiets wel eens zeg, maar toch ga ik het hier en nu opnemen voor voorprogramma’s. Allemaal. In het algemeen. Ik hoorde een meisje zeggen: Waarom schaffen ze voorprogramma’s niet af? Voor het publiek leuker want ze hoeven niet te wachten, en voor de band zelf beter want die hoeven niet voor ongeïnteresseerde mensen te spelen. Tja, zit wat in. OF TOCH NIET. Complete onzin. Ik vind concerten ook vaak lang duren, het geluid slecht, de band arrogant en het licht donker maar ik ben dan ook zo’n zeikerige muzikant die achterin gaat staan praten. Ik sta liever óp het podium.

Voor het publiek is een voorprogramma dé manier om nieuwe bands te ontdekken. En het voorprogramma heeft een functie: de zaal opwarmen. (Of in ieder geval een lekker muziekje verzorgen bij het binnenwandelen.) Vanuit de band gezien is openen voor een halflege zaal inderdaad niet altijd een pretje. Maar wel een káns! Om op veel plekken te spelen, op je bek te gaan, in goede zalen te spelen en nieuwe fans te maken. Vanuit de hoofdact gezien is een support vooral gezellig en een hoop technisch gelazer (soundcheck, backline delen, ombouwen) maar soms ook simpelweg een manier om meer kaartjes te verkopen.

Wij hebben met Only Seven Left niet heel veel als voorprogramma gespeeld. Openen voor helden Anberlin was te gek. Met Tokio Hotel in Ahoy was gaaf, maar ik denk niet dat ze ons nodig hadden voor de ticketverkoop en ze wisten nauwelijks dat wij ook speelden. Na afloop wilden we ze een cd aanbieden. De manager knikte en liep ermee weg. Vijf minuten later kregen we de cd weer terug: mét handtekeningen van Tokio Hotel… Eh ok. Tofste support was de tour met Destine in 2010. Eén grote party en ik geloof dat zelfs onze grootste haters ons na afloop iets minder haatten.

Wij vragen voor onze tours als headliner vaak meerdere voorprogramma’s, omdat we zelf immers ook zo zijn begonnen en graag iets terugdoen. Als dat niet lukt met volle zalen, dan doen we extra ons best op de afterparty, dat is een belofte. We zoeken trouwens nog toffe bands voor onze najaarstour… Kom maar door! En als je net als ik notoir voorprogramma-skipper bent: laten we samen ons leven beteren en voortaan een half uurtje eerder binnenkomen.

Only Seven Left - The Final Tour-Flyer

Deze column verscheen eerder in Up Magazine 108.

Meer columns…




Biebs is dood

29 juli 2014

Biebs
Ieder linkje = een foto

Op de laatste dag van mijn vakantie in Wenen werd ik uit mijn heerlijke hotelbed gebeld door de Dierenambulance. Ik schrok me meteen rot maar hoopte natuurlijk toch… Helaas, mijn lieve poes Biebs is zondagnacht doodgereden op de drukke weg voor mijn huis. De mevrouw van de Dierenambulance was enigszins verrast door mijn verdrietige gejammer, maar Biebs was mijn eerste echte eigen kat, ik was verschrikkelijk gek op haar en ik voel me er heel rot over dat ze net tijdens mijn vakantie onder een auto is gelopen.

Ik kreeg Biebs op mijn 29ste verjaardag, in 2012. Na zorgvuldig vooronderzoek in het asiel wilde ik het liefst alle honderd katten adopteren, en na lang zeuren bij toenmalig huisgenoot Sander mocht ik er één. Ik wilde een zelfstandige poes met karakter die zichzelf kon vermaken. Ik koos niet de kat die bij me op schoot klom, niet de kat die vrolijk naar me miauwde, maar een klein poesje in een apart hok. Ze was nog jong, bijna helemaal zwart, had een knap koppie en ze liet zich aarzelend aaien. Een knuffelpoes is ze nooit geworden, maar hoe stoer ze ook deed – blijf van me af, ik heb meer te doen vandaag! – als je achter haar oren kriebelde staakte ze alle verzet. Tot het genoeg was en dan kreeg je een knauw. Zoals de dierenarts zei: een fel poesje. (Dat was nadat ze zowel de dierenarts als de assistente tot bloedens toe had opengehaald omdat ze haar een prik wilden geven.)

Biebs deed alles volgens het boekje, de perfecte poes. De kattenbak snapte ze vanaf dag één, en ze snapte ook dat die niet meer nodig was toen bleek dat de hele wereld eigenlijk een grote kattenbak was. Ze wist meteen haar eten te vinden, vond alle lekkere plekjes in huis om te slapen (alleen toen ik haar lievelingsstoel tijdelijk verhuisde naar mijn werkkamer, was het niet meer de lievelingsstoel). En het knapste vond ik dat ze tussen alle identieke voordeuren altijd precies de mijne wist te vinden.

Ik wist niks van het verleden van Biebs, maar het was me snel duidelijk dat ze geen binnenkat was. Dagenlang zat ze voor het raam te staren naar vogeltjes, de buurvrouw, auto’s en de dikke buurtkater. Dus ik liet haar buitenspelen en daar kwam ze tot leven. Soms bleef ze een nachtje weg, maar ze kwam altijd netjes terug voor het eten. Vaak haalde ze trouwens zelf eten en nam ze het nog half levend mee naar binnen. Ik hoopte altijd dat ze in de buurt bleef en niet de weg overstak, maar ze zat regelmatig onder de teken, dus waarschijnlijk maakte ze menig boswandeling (waarbij ze ook graag in de bomen klom – minder graag er weer uit).

Biebs was ondoorgrondelijk, als een echte kat. Honderden speeltjes kocht ik, die ze soms uit beleefdheid één ongeïnteresseerde tik gaf maar vaak niet eens een blik waardig keurde. Tandenstokers en verpakkingstouwtjes daarentegen – te gek! Ik zette dozen neer, zodat ze als een echte poes in een doos kon klimmen. Maar nee, Biebs wilde nergens op, onder of in. Totdat ik een keer een deken liet slingeren op de bank en ik haar bij thuiskomst aantrof onder de deken, zichzelf lekker ingestopt. Mijn eigenwijze, ondoorgrondelijke en vaak chagrijnige poes keek me betrapt aan: ik moest vooral niet denken dat ze een watje was geworden. En ze is een keer in het kistje van mijn mini-moestuin geklommen, wat het einde van mijn verse basilicum betekende. Ik kon zo hard om haar (en mijn eigen op haar geprojecteerde mensengedachten) lachen.

De grappigste herinnering is, toen ik mezelf weer eens had buitengesloten en ik op mijn terras zat te wachten tot Hinne de reservesleutel kwam brengen, dat Biebs aan de andere kant van het raam ging zitten. De rollen omgedraaid: mens wil naar binnen en kat zit daar naar te kijken. Alsof ze wilde zeggen: ok, mens, ik wil je wel binnenlaten maar dan moet je niet vijf seconden later weer zeuren dat je naar buiten wil!

En dat is waarom ik haar zo zal missen. Als ik m’n bed uit kwam, aaide ik haar, voerde een goed gesprek (ben jij een lieve poes, heb je ook zo’n honger, ga je weer de hele dag liggen slapen, etc) en dan droeg ik haar al zingend (meestal een tekst over poezen op een melodie van ABBA) naar de keuken, waar ze zich wist vrij te worstelen om te eten. Biebs hield niet van de stofzuiger, zeker niet van de strijkplank en helemaal niet van de föhn, maar het állerergste vond ze als ik heel hard ging zingen. Ik weet niet zeker of onze liefde zo wederzijds was, maar zij was duidelijk een tevreden poes en ik kon altijd, als ik me in de afgelopen twee turbulente jaren even niet zo goed voelde naar haar kijken en denken: gelukkig hebben we elkaar nog.

Jesse (die trouwens weigerde om haar Biebs te noemen) paste op als ik op tour was en hij werd ook een beetje verliefd op Biebs. Ze delen veel dezelfde karaktertrekjes en als ik er niet was, kwam ze zowaar af en toe gezellig op de bank zitten (een meter verderop, dat wel) en sliep ze zelfs bij Jesse in bed. Deze vakantie kwam Miriam om te voederen en haar binnen te laten (ze had zichzelf geleerd door het klapraam naar buiten te springen – dat zag er niet erg charmant uit maar het werkte). Ik denk dat ze niet uit eenzaamheid is gaan dwalen maar gewoon door stomme pech, vlak voor haar huis, misschien rennend achter een muis aan, of vluchtend voor de dikke buurtkater, onder een auto is gekomen.

Hoe ze gezellig op m’n speaker kwam zitten als ik aan het werk was. Hoe ze op m’n krant kwam zitten bij het ontbijt als ik de krant wilde lezen. Hoe ze zichzelf af en toe per ongeluk even liet gaan en zich met haar pootjes omhoog volledig overgaf aan een aaisessie. Hoe ze miauwend voor het raam kon zitten als ze onmiddellijk naar binnengelaten diende te worden, en meteen daarna weer onrustig naar buiten ging zitten kijken omdat ze duidelijk nog afspraken buiten de deur had. En vooral hoe ze altijd, comfortabel opgekruld, op haar lievelingsstoel lag als ik thuiskwam.

Ik zal haar missen.

Photo by Rachel Schraven

>> Interview in de Viva over Biebs
>> Poezenhandleiding voor mijn huisgenoot
>> Blog over de muis die Biebs niet wilde vangen
>> Blog over een muis-kat-mens achtervolging
>> Column over Biebs